Ja. Dat heet overschotladen of zonneladen: de laadpaal gebruikt alleen het vermogen dat uw panelen méér produceren dan het huis nodig heeft, en past de laadsnelheid continu aan de zon aan. U laadt dan met stroom die anders voor een lage vergoeding het net op zou gaan.
De drie voorwaarden voor overschotladen
1. Een meting van het netpunt. De sturing moet live weten of er injectie is — via de digitale meter (P1-poort), een meetmodule zoals Smappee of HomeWizard, of de meting van de omvormer.
2. Een regelbare laadpaal. De meeste moderne laadpalen (Alfen, Wallbox en andere) kunnen hun laadvermogen traploos of in stappen aanpassen. Let op de ondergrens: onder ±1,4 kW (6 A éénfasig) kan een auto niet laden, dus bij weinig overschot moet de sturing kiezen: wachten of bijpassen uit het net.
3. Een koppeling ertussen. Sommige merken kunnen dit binnen hun eigen ecosysteem; over merken heen hebt u een onafhankelijke sturingslaag nodig die meter en laadpaal met elkaar laat praten.
Waar zonneladen in de praktijk misloopt
- De batterij betaalt de rekening. Zonder afspraken ziet de thuisbatterij het autoladen als huisverbruik en ontlaadt ze zich in de auto. 's Avonds is ze leeg — het klassieke conflict tussen laadpaal en batterij.
- De auto is er niet als de zon er is. Wie doordeweeks weg is, laadt vooral in het weekend op zon. Realistische verwachtingen: overschotladen is een aanvulling, geen totaaloplossing.
- "Snel bijladen" vergeet de piek. Wie 's avonds toch snel moet laden, creëert zonder piekbewaking een dure maandpiek (capaciteitstarief in België).
Daarom hoort laadpaalsturing in één geheel met batterij- en piekbeheer: een energiebeheersysteem (EMS) dat prioriteiten kent — eerst het huis, dan de batterij tot haar reserve, dan de auto. Hoe dat er in een gezin uitziet, staat in de use case van een woning met zon, batterij, warmtepomp en laadpaal; het dagelijkse venster erop is de energiemanagement app.